Verbranden en verwarmen

De kandidaat kan
1 de volgende warmtebronnen en meetinstrumenten herkennen:
2 uitleggen hoe transport van warmte plaatsvindt:
– geleiding
– stroming
– straling

3 temperatuur, tijd en warmte op de volgende manieren gebruiken:
– het verband tussen temperatuur en tijd en warmte toepassen
– absolute nulpunt
– omrekenen van waarden tussen temperatuurschalen Kelvin en Celsius

4 de werking van warmte-isolerende maatregelen uitleggen, bij ten minste:
– isoleerkan
– spouwmuurisolatie
– bouwmaterialen
– radiatorfolie
– handgrepen van pannen
– dubbele beglazing

5 de milieu en gezondheidseffecten noemen die kunnen optreden als gevolg van energiegebruik, 
tenminste:
– luchtverontreiniging
– zure regen
– broeikaseffect
– thermische verontreiniging
– irritatie en beschadiging van slijmvliezen, ogen en luchtwegen

6 toelichten dat de ene vorm van energie omgezet kan worden in een andere vorm van energie en 
hierover berekeningen uitvoeren:
– bewegings-, zwaarte-, warmte-, elektrische-, chemische-, stralings-, kern-, veer-, of elastische energie
– verbrandingswarmte
– wet van behoud van energie
– rendement

Formules

Temperatuur omrekenen van Kelvin naar Celsius:

T(K) = T (˚C) + 273

Bewegingsenergie berekenen:

\[{E}_{bew}={1\over 2} m · {v^2}\]

Zwaarte energie berekenen:

\[{E}_{z} = m · g · h\]

Elektrische energie berekenen:

\[ {E_{el}} = {P_{el}} · t \]

Rendement berekenen:

\[η = {{E}_{af}\over {E}_{op}} = {{P}_{af}\over {P}_{op}} \]