Kracht en veiligheid

De kandidaat kan
1 verschillende soorten krachten herkennen en hiervan de werking en toepassing beschrijven:
– spierkracht
– veerkracht
– spankracht
– zwaartekracht
– wrijvingskracht
– magnetische kracht
– elektrische kracht

– grootte, richting en aangrijpingspunt
– vectorvoorstelling
(hoe teken je een kracht en gebruik de krachtenschaal)

– kracht meten met veerunster of krachtsensor


2 bij hefbomen in evenwicht uitleggen op welke manier met een kleine kracht een grote kracht wordt
uitgeoefend en omgekeerd en hiervan voorbeelden kennen, ten minste:

– tang
– klauwhamer
– breekijzer
– steekwagen
– steek/ringsleutel
– momentsleutel



Om serieus te oefenen kun je gebruik maken van de hefbomen gpt


3 uitleggen hoe bij een katrol de richting van de kracht omgekeerd kan worden en de grootte van de
kracht verminderd kan worden:

– vaste katrol
– losse katrol
– takels

4 de gemiddelde snelheid berekenen van een bewegend voorwerp

5 (s, t) en (v, t)diagrammen van bewegingen maken en in samenhang interpreteren:
– bewegingen met constante snelheid
– eenparig versnelde bewegingen
– eenparig vertraagde bewegingen
– andere bewegingen

6 de krachten herkennen en samenstellen die een rol spelen bij een beweging langs een rechte weg:
– aandrijfkracht en remkracht
– tegenwerkende krachten:
– luchtwrijving
– rolwrijving
– nettokracht

7 verschijnselen van traagheid verklaren, die zich bij snelheidsverandering voordoen

8 de werking van constructies uitleggen die de nadelige effecten van een botsing verminderen, ten
minste:
– veiligheidsgordel
– veiligheidshelm
– kreukelzone
– hoofdsteun
– kooiconstructie
– airbag

9 omstandigheden herkennen die invloed hebben op de veiligheid tijdens het rijden, ten minste:
– reactietijd
– rijsnelheid
– staat van de banden en van het wegdek
– weersomstandigheden

10 de druk van een voorwerp berekenen, bij ten minste:
– veiligheidsgordel
– veiligheidshelm
– rijplaten
– rupsband
– tractorbanden
– mes
– punaise

Formules

Gemiddelde snelheid berekenen:

\[{v}_{gem} = {s\over t}\]

Stopafstand berekenen:

stopafstand = reactieafstand + remweg

Druk berekenen:

\[p = {F \over A}\]

(F in Newton, A [in cm2 dan is de druk N/cm2], A [in m2 dan is de druk in Pascal (Pa)])

Zwaartekracht berekenen:

\[{F}_{z} = m · g\]

De momentenwet

\[{M} = F · l\] bij evenwicht \[{M}_{linksom} = {M}_{rechtsom}\]